/images/Graphic header
ActueelVierenLerenDienenGemeentenSynodeOecumene


Evangelisch-Lutherse theologie, enkele hoofdpunten
Theologie

Maarten Luther heeft in zijn leven veel gedacht, overdacht en ook veel daarvan aan papier toevertrouwd. Daarom weten wij nu nog zo veel van zijn theologie.

Enkele belangrijke aspecten zullen hier behandeld worden:

  • Wet en Evangelie
  • Rechtvaardiging door geloof en genade
  • De twee-rijken leer

Wet en Evangelie

Maarten Luther was de eerste die diep is ingegaan op het verschil tussen Wet en Evangelie. Door de bril van ‘wet en evangelie’ las hij de schrift. Deze manier van lezen bleek een bevrijdende manier van lezen te zijn.

Christus had als “nieuwe” wetgevende macht opgetreden in de lijn van de wetten van Mozes. Door Christus genade is het voor ons als mensen mogelijk om in liefde te proberen naar de wet van God te leven. De grootste ontdekking hierbij is dat we niets meer zelf hoeven te verdienen, maar dat ons door geloof in Christus door genade alles gegeven wordt. De rechtvaardiging van de mens is dus niet afhankelijk van in hoeverre hij de wet houd.

In de eerste bijbelboeken, de Pentateuch, staan diverse wetten, regels, richtlijnen. Luther interpreteerde de wet voornamelijk als de Tien Woorden / Geboden. Dit komt onder andere naar voren in de manier waarin hij met de Tien Woorden omgaat in zijn Catechismus. Voor Luther waren de Tien woorden de grondslag voor de algemene menselijke, zedelijke orde.

Ten aanzien van het burgerlijk gebruik van de wet, in het dagelijks leven kent Luther de mens een eigen verantwoordelijkheid en vrije wil toe. Ten aanzien van het geestelijke gebruik van de wet stelde hij dat we onze tekortkomingen en zonden kunnen zien in de wet.

Het evangelie is het feit dat Christus zich vrijwillig aan de wet onderwierp en de vloek van de wet verdroeg. De vloek van de wet is het feit dat we als mensen bij God in het krijt staan, vanwege onze wandaden. Christus vervulde voor ons de wet, en schonk en schenkt ons door genade, als wij daarin geloven, het leven.

Rechtvaardiging door geloof en genade

Nu we het toch over “rechtvaardiging” hebben, wat is dat eigenlijk, en wie zit daar nu op te wachten? Laten we kijken naar de betekenis: als we onszelf rechtvaardigen, dan gebeurt dat meestal in reactie op het feit dat we aangesproken zijn op ons spreken of op ons gedrag. Soms hebben mensen ook de neiging hun daden te verantwoorden, te rechtvaardigen, zonder dat daar om gevraagd is. Rechtvaardigen is eigenlijk uitleggen dat we met ‘recht’ hebben gehandeld. In de theologie ging en gaat het onder andere om de vraag: als de mens aan God verantwoording moet afleggen, hoe kan de mens dan duidelijk maken dat hij ‘recht’ heeft gehandeld?

Luther, Calvijn en andere reformatoren ontdekten in de Bijbel de oplossing. Doordat iedere poging onszelf voor God te rechtvaardigen tekort schiet, kan hij zichzelf niet rechtvaardigen. Maar God wil ons door geloof, in genade rechtvaardiging geven. De mens hoeft zichzelf dus niet te rechtvaardigen, maar wordt door God gerechtvaardigd. De genade is geen eigen verdienste, maar is verdiend door Christus die de wet heeft vervuld, en de straf voor mensen gedragen heeft.

De rechtvaardiging speelde in Luthers leven een grote rol, als monnik volgde hij vele regels en wetten, maar bleef zich afvragen of het genoeg was. Romeinen 1: 17 en Romeinen 3 : 28 waren voor hem sleutelteksten. De mens wordt bij God uit genade aangenomen. Luther noemde de rechtvaardiging ook wel de “vrolijke ruil”, onze zonden uitgewisseld met Gods gerechtigheid, en daardoor de kloof tussen God en mensen door Jezus Christus gedicht. Deze rechtvaardigingsleer heeft zich razendsnel door het Christendom verspreid met de reformatie.

Rechtvaardiging, is dat nog relevant voor de gelovige vandaag de dag? De vraag of God bestaat en de vraag naar het wezen van God klinkt vandaag de dag misschien wel sterker dan de vraag hoe iemand rechtvaardig voor God kan komen. Ook sterk zondebesef komen we steeds minder tegen. De rechtvaardiging lijkt daarom een museumstuk te worden, is het dat ook? Nee, het rechtvaardigende geloof kan voor mensen bevrijdend werken als ze bekneld worden door gedachten van zinloosheid en mislukking, het eigen niets. De mens is niet met zichzelf alleen, maar de mens staat voor God. Zo wordt het bestaan gerechtvaardigd, een geschenk van God. Door vergeving en genade wordt een gelovige vrij, tot een leven in vrijheid. De gelovige wordt geaccepteerd door God. Echter, ook dan geld: de mens is tegelijk zondaar en gerechtvaardigd. Zo is rechtvaardiging ook vandaag nog relevant.

De twee-rijken leer

Deze leer zegt dat God op twee manieren regeert: als Schepper in wereldlijke zaken, en als Verlosser in kerkelijke zaken. De twee rijken zijn in feite twee facetten van Gods regering, maar ze werken verschillend: in de wereld door de overheden en wetten, waardoor God ook regeert; in de kerk door woord en door sacramenten. God regeert dus in beide rijken.

Voor Luther is de twee-rijken leer een hulpmiddel ter ondersteuning van de gelovige die een verantwoordelijke positie inneemt of wil innemen in de samenleving of een leidinggevende functie bekleedt in de staat. Maar hierbij dient opgemerkt te worden dat de twee-rijken leer niet primair hen met hoge functies op het oog heeft.

Het gaat Luther om iedereen: iedereen heeft een roeping, zijn of haar werkzaamheden in de samenleving. Het aansprekend voorbeeld is dat van de bakker. Wat is het beroep, de roeping van de bakker? De bakker hoeft geen christelijke broodjes te bakken, dat kan hij waarschijnlijk niet eens. Wat hem te doen staat, is goede broodjes bakken.

Op deze manier heeft de lutherse reformatie een belangrijke bijdrage geleverd aan de emancipatie van het gewone, alledaagse leven ten opzichte van het eeuwenlang voor veel hoger, beter en geestelijke ge-houden leven in dienst van de kerk, dat dan ook het best in afzondering van de wereld (in het klooster) kan worden beleefd. Met die gedachte maakt het lutheranisme korte metten, als het Luther nazegt dat het meisje dat de stoep veegt van evenveel betekenis is voor het rijk van God als de Karthuizer monnik, die zich allerlei geneugten van het bestaan ontzegt. In de nadruk op de principiële ge-lijkwaardigheid van de verschillende ‘standen’ en op de multi-sociale en zelfs multi-godsdienstige saamhorig-heid als het erom gaat de wereld niet aan de verloedering prijs te geven, maar haar te maken tot een goede leefplek voor allen, ligt een nog nauwelijks aangesproken tegoed van de lutherse traditie.

de tekst over twee rijken-leer is gedeeltelijk overgenomen van de site van ELG Stadskanaal

door: Peter de Koning, laatst bijgewerkt op: 19-05-2006


12 Alida Groeneveld :

Wat is dan specifiek luthers?

Dit kan ik het best omschrijven met een prachtig citaat van Luther: “Een christen is in vrijheid heer van alle dingen en niemands onderdaan. Een christen is in dienstbaarheid knecht van alle dingen en ieders onderdaan.” Dit betekent dat je je goede werken in vrijheid verricht. Dat doe je niet om bij je medemens of bij God in een goed blaadje te komen. Als dienstbaarheid wordt afgedwongen, dan heeft het geen zin. Daarnaast is er ook een wat minder expliciet zondebesef. Er wordt je niet voortdurend ingepeperd hoe slecht de mens wel niet is. Dat weten we wel, maar als je dat blijft herhalen, dan wordt het een wat tobberig geheel ... Ruimte geven in alle vrijheid, daarin je gebonden weten aan wat Christus ons heeft voorgedaan. Rechtvaardigingsgeloof centraal, in een zekere ontspannenheid dat wij er wel toe doen, maar dat het koninkrijk niet van ons afhangt.


Beheer Website - Help mee aan de inhoud van deze site - Disclaimer en Copyright -